Gedicht van Irma Ooijevaar

Kriebels


fluwelen wind voert zuchtjes zoute lucht aan
zonnestralen strelen teer je benen
een zwoele bries liefkoost je wangen
zandkorrels kietelen tussen je tenen

kriebels kruipen
ze strelen en spelen
ze verdoven en beloven
laten je zweven, laten je leven

een zeemeeuw slaakt een klaaglijke kreet
je filtert schelpjes uit het fijne zand
golven landen ritmisch op de kust
de branding boetseert een steviger strand

kriebels kruipen
ze strelen en spelen
ze verdoven en beloven
laten je zweven, laten je leven

je ziet de vonk, de flonker in zijn ogen
zijn glimlach is je lievelingsgedicht
je drukt een zachte kus op zijn gebruinde huid
waarin de zilte zeegeur diep verankerd ligt

kriebels kruipen
ze strelen en spelen
ze verdoven en beloven
laten je zweven, laten je leven

Irma Ooijevaar